Blog

Jacco in Afrika

Jacco Kamp, vierdejaars student fotografie, loopt stage in Afrika. Hij reist mee met het project “Go for Africa”. Tijdens dit project reizen ROC-studenten uit Nederland drie weken lang per auto naar West-Afrika. Zij werken in Senegal en Gambia zeven weken mee aan verschillende scholingsprojecten. Jacco fotografeert dit project. Hij reist met de organisatie mee en legt alles vast. Naast het maken van foto’s blogt Jacco wekelijks over zijn ervaringen.

Dit filmpje geeft een indruk van het Go for Africa project.

Blog 1

10 februari
Na 6 weken lang voorbereiden en in spanning afwachten is het zo ver. We vertrekken met 31 auto’s vanuit Bakel naar Gambia en Senegal! Om 10:30 hebben we afgesproken in Bakel en om 12:30 vertrekken we dan echt. Na het samenkomen in Bakel komt Omroep Brabant het een en ander filmen en interviewen. Alle deelnemers nemen afscheid van familie, vrienden en geliefdes en er wordt nog een kort woordje gedaan door Jan Huizinga (de organisator van Go for Africa). Na een uur of 2 in de regen staan, vertrekken alle auto’s een voor een richting de snelweg op weg naar de eerste stop in Frankrijk. In de auto leer ik mijn reisgenoten beter kennen en begin ik mijn plekje te netstelen. Ik ben de instellingen van de Fuji x100f aan het nalopen en we luisteren samen naar diverse muziek. Na een rit van 8 uur komen we rond half 9 aan in een F1 hotel in Frankrijk, na het avondeten duiken we ons nest in en de ochtend erop vertrekken we direct door naar Zarautz, een kustplaatsje in Spanje. Ik was al eens eerder in Zarautz geweest, dus bij aankomst kon ik de groep vrij snel leiden naar een pizzatent in het centrum van Zarautz. Zoals je al had kunnen bedenken aten we hier pizza. Na ‘t eten gingen we snel terug naar het hotel.

De dag erop (12 februari) was ik jarig, tegen mijn verwachting in werd ik uitbundig gefeliciteerd door mijn reisgenoten, waar een lekker doosje chocola bij kwam kijken en een party popper. Natuurlijk gingen we weer snel de weg op, onderweg naar onze volgende stop in Merida. Hier gingen we gezellig met z’n alle tapas eten en een paar biertjes drinken. Rond dit punt begonnen we elkaar echt beter te leren kennen en werd het steeds gezelliger. Woensdag vertrokken we naar Tarifa (een kustplaatsje ten zuide van Spanje). Onderweg naar Tarifa kregen we voor de eerste keer pech.. Gelukkig hebben we Tim, Jasper, Joey, Quido en Rick bij. Die kunnen goed overweg met het repareren van auto’s. Na een stop van 1 uur was de auto gerepareerd en konden we verder reizen naar Tarifa. Aangekomen in Tarifa, kwam ik een vriend van mij tegen die in een andere reisgroep zit. Op de camping hebben we een aantal biertjes gedronken en na het avondeten gingen we op tijd slapen, de dag erop gingen we namelijk met de boot naar Marokko.

In spanning werden we wakker om half 7 om vervolgens de boot om 8 uur naar Marokko te pakken. Gelukkig verliep dit vlekkeloos. Eenmaal in Marokko aangekomen moesten we de hele vrachtwagen leeg ruimen voor een controle van de Marokkaanse politie. Met strakke gezichten bekeken ze de inhoud van de vrachtwagen (waar voornamelijk spullen in zitten voor een tandartspraktijk, persoonlijke spullen en 9000 tandenborstels en tandpasta). Wat heel fijn is, is dat we Marieke bij hebben. Die spreekt namelijk vloeiend Frans en hielp de groep goed door te vertalen wat ze zeiden.

Het duurde ongeveer 4 uur na aankomst in Marokko, tot we verder konden reizen. In de stad waar we aankwamen, gingen we gelijk geld wisselen en een Marokkaans simkaartje kopen. Na een tijdje reizen kwamen we aan in Chefchaouen. Hier wilde we onze eerste nacht in Marokko slapen, helaas was het zodanig druk en stijl in deze stad, dat het vrijwel onmogelijk was hier met 5 auto’s een slaapplek en parkeerplek te vinden. We besloten door te rijden en we vonden een schitterend hotel langs de weg. De kok werd uit bed gehaald en maakte een heerlijk diner voor ons. Na een goeie nacht slapen en een stevig ontbijt, gingen we de weg weer op.

Na een lange dag rijden door het prachtige Atlas gebergte, kwamen we door een spookdorp hoog in de bergen. Hier in de buurt vonden we eindelijk ons volgende hotel. We werden ongelooflijk vriendelijk en gastvrij ontvangen. De hotelkamer moest nog even worden gebouwd voor ons en het eten werd klaar gemaakt door de hotel medewerkers. Na een heerlijk avondmaal was iedereen goed moe en doken we ons bed in. De dag erop vertrokken we door naar een slaapplek, naast de Sahara. Het gevoel dat we in Afrika waren, landde nu echt. Overal zagen we mensen lopen in klassieke Marokaanse kleding en iedereen was ongelooflijk vriendelijk en gastvrij. Na een overnachting in een soort kasteelachtig gebouw, vertrokken Tim, Marieke, Eric, Rob en ik de woestijn in. Samen met een gids en 9 andere auto’s (met 4×4 aandrijving) reden we de duinen in. Om de haverklap stonden we vast en moesten we auto’s uit het zand scheppen. Na een aantal uur veel vast staan hadden de autobestuurders de techniek van het rond rijden in zand, beter onder de knie. We reden voor uren lang door prachtig landschap, met honderden verschillende kleuren zand. Toen de nacht viel, zetten we ons kamp op en sliepen we in de woestijn met een duin als beschutting tegen de wind. Eric en Rob hadden een lekker prutje gemaakt voor ons groepje en de gids. Na een ongelooflijk koude nacht, werden we wakker met een prachtig opkomende zon. We gingen direct door, we liepen namelijk achter op schema. De gehele dag reden we weer door zand en prachtige natuur. Op het laatste moment (rond 6 uur ‘s middags) aan het einde van de route, kreeg de auto van Renske en Tom helaas pech. Deze moesten we met 30 kilometer per uur trekken naar het hotel. We kwamen totaal uitgeput aan en na een tagine en warme douche, doken we lekker ons warme bed in.

Nu zijn we weer onderweg, volgende week schrijf ik een nieuw verhaal van wat we hebben meegemaakt

Blog 2

18 februari 
Na een heerlijke nacht slapen op een camping, in het zuidoosten van Marokko na een reis van 2 dagen door de Sahara, werden we fris en fruitig wakker. We gingen het kleine stadje in om een aantal auto’s na te laten kijken en repareren. Tijdens de reparatie liepen we wat rond en kochten we brood, beleg en koude frisdrank. Toen alles in orde was, besloten we om onze rustdag om te toveren naar nog een dag rijden. We moesten namelijk Mark ophalen in Agadir, wat niet op de route lag naar Mauritanië (het volgende land, wat we moeten trotseren). Iedereen stapten de auto’s in en we reden door naar Agadir. Wat al duidelijk was, was dat we het nooit in een dag konden rijden. We moesten een tussenstop maken.

Na een uur of 8 rijden, brak de avond aan en werd het tijd een slaapplek te zoeken. We reden al een uur door onbewoond land, zonder ontvangst om iets van een hotel te zoeken. Op een gegeven moment, kwamen we een soort hotel tegen. We besloten hier te stoppen en de nacht door te brengen. Bij het gebouw was er maar een man te bekennen. Deze man was een nogal apart figuur die een gat in de lucht sprong toen we ja zeiden tegen zijn aanbod. Voor 3 euro per persoon, mochten we slapen in het gebouw. Ik kan jullie vertellen, dat ik nog nooit in zo’n vieze omgeving heb geslapen. Vlekken op het matras, vuilniszakken tegen het raam voor het licht, etensresten in de kamer en een koude en kille kamer van beton en steen zonder iets van meubels. Het enige wat in de kamer stond, was een bedframe met daarop een tweepersoons matras. In de hoek van de kamer lag nog een matras, maar dat was ‘t dan. Ik besloot het avondeten over te slaan, ik was al misselijk die dag en bovendien vertrouwde ik het eten niet helemaal gezien de omstandigheden van het gebouw. Buiten bij het kampvuurtje, at ik een zelf gesmeerd broodje om de maag toch maar even te vullen. Samen met de eigenaar van het gebouw, zaten we daar wat te drinken. Ik werd moe en besloot mijn bed in te gaan. De ochtend erop vetrokken we vroeg naar Agadir, de man bedankte ons hartelijk en zwaaide ons uit.

Na weer een hele dag rijden kwamen we voorbij Agadir. 30 kilometer verderop vonden we, na lang zoeken, prima kamers waar we konden overnachten. Wederom, werden we hartelijk ontvangen door de eigenaar en zijn vrouw. Loes en Jasper vetrokken naar Agadir, om Mark daar op te halen. Mark kwam later aan in verband met werk. In de avond werd couscous gemaakt voor ons we speelde een bord spelletje ‘Risk’ en we gingen lekker slapen.

Zoals jullie kunnen raden, vertrokken we de dag erop weer. We kwamen aan in de westelijke Sahara met een naar mijn mening prachtig landschap. Het is ongelofelijk kaal en diep. Juist door dit kale, heeft het iets mysterieus. Mijn mening verschilt vaak wel met die van de bestuurders. Voor hen, is het heel saai en slaapverwekkend om op te rijden. We kwamen aan in een stadje in de woestijn. Hier sliepen we en hadden we het plan de ochtend erop vroeg te vetrekken naar Daklar.

Helaas werd dit plan goed verstoord, de tas van Quido werd namelijk uit de auto gestolen! De politie werd direct gebeld en er werd aangifte gedaan. Quido was ongelofelijk boos en verdrietig. In de tas zaten namelijk zijn malaria pillen, een duur kapmes uit Noorwegen en nog meer persoonlijke spullen. De politie was gearriveerd en deed direct een sporen onderzoek. Quido moest alles vertellen wat hij wist. Quido en (Frans sprekende) Marieke gingen met de agenten mee naar het politiebureau. In de tussentijd zaten wij op het terras. Hier zaten we lekker koffie te drinken en kaart spelletjes te doen. Rond een uur of 2 kregen we goed nieuws. De tas was gevonden en 2 mannen waren opgepakt. Quido was natuurlijk super blij! Na een uur wachten konden Marieke en Quido terug naar ons. We reden gelijk door naar Daklar, wederom door het eindeloze mysterieuze landschap van de westerlijke Sahara. Aangekomen in Dakla aten we pizza om de hoek van het hotel.

De blogs gaan verder onder de foto’s

De ochtend erop gingen we naar de volgende bestemming: hotel Barbas. Dit hotel ligt een uur rijden van de Mauritaanse grens. Onderweg reden we heel veel langs de zee. We besloten om ‘even’ bij het strand te gaan kijken. 2 van de 5 auto’s reden door naar het hotel en de andere 3 reden door het zand naar het strand. Aangekomen, was het totaal anders dan we in gedachte hadden. Het strand was compleet maar dan ook echt compleet gevuld met plastic en afval. Aan het strand stond een klein nomaden kamp en een kapotte, oude vrachtwagen vast in het zand. Buiten de ongelofelijke golven van 5-6 meter, was het een vieze en smerige plek. We besloten maar terug te gaan, helaas stonden de auto’s om de beurt vast in het zand. We stapte uit en op dit moment kwam er met de wind een grote zwerm reusachtige libellen aan (zeker 25 centimeter als ze niet groter waren). Tijdens het uitgraven kwamen er nog een paar grote zwerfhonden op bezoek die om de auto’s heen kwamen staan. Het duurde een uur voordat we eindelijk weer op het asfalt reden. Aangekomen in Barbas dook ik na het eten gelijk mijn bed in.

De dag erop was het dan zo ver: de grens over naar het mysterieuze Mauritanië. We stonden op om 06:00 uur (waar nogal wat verwarring over was, bij de een stond de klok al een uur vooruit en bij de ander nog op Marokkaanse tijd) en we vetrokken naar de grens tussen Mauritanië en de westelijke Sahara. Tot mijn verwachtingen in waren de militairen aan de grens bijzonder vriendelijk. Marokko uit komen was makkelijk, maar Mauritanië in komen was nogal een klus. Allereerst moesten we door niemandsland rijden, dit was een stuk van 1/2 kilometer tussen de westelijke Sahara en Mauritanië. Dit was echt bijzonder om te zien, het was compleet bezaait met plastic en kapotte auto’s. Daarna moesten we ons visum ontvangen. Ze maakte een foto van ons gezicht en er werden vingerafdrukken afgenomen. Vervolgens moesten de auto’s geregistreerd worden. Dit klinkt als iets wat snel gedaan kan worden maar met meer dan 60 man en 30 auto’s duurt dit nog wel even. Rond half 5 konden we de auto’s in en reden we door naar een kustplaatsje in Mauritanië. De aankomende dagen moeten we door Mauritanië reizen. Ik kan in ieder geval vertellen dat ik het bijzonder leuk heb, het is een bijzonder avontuur!

Blog 3

25 februari
Na een nacht slapen in de tent aan de kust van Mauritanië, stond een leuke dag op het programma. We gingen naar een school in de stad Nouadhibou. We vertrokken (onder bivak van het Mauriraanse leger) naar de school. Hier werden we hartelijk ontvangen door de docenten en de scholieren. In Mauritanië komen westerlingen niet veel voor, daarom werden we ook voluit gefilmd door de scholieren en vroegen ze of we op de foto met ze wilden. We kregen een rondleiding door het gebouw en ten slotte kregen we een speech van de directeur (die werd vertaald door Jan Huizinga, de organisator van Go for Africa).

Na 3 uur op de school gingen we de stad in. Daar liepen we rond en haalde hier en daar wat te drinken en te eten. Na ons bezoekje aan de stad reden we door naar onze volgende bestemming. Onderweg hebben we de langste trein ter wereld gezien (wat erg indrukwekkend was) en zoals jullie al kunnen raden, heel veel zand. We kwamen aan op een plek in het zand, hier hadden we een tenten kamp opgezet. We gingen hout verzamelen van nabijgelegen struiken en maakte een kampvuur. De nacht viel en het werd steeds gezelliger. Theo (van een andere rijgroep) kwam erbij zitten, pakte zijn gitaar en speelde wat. De militairen kwamen er ook gezellig bij zitten. Boven ons stond een prachtige sterrenhemel. We wisselden verhalen uit over ons thuisland en cultuur en dronken wat met ze. Rond 12 uur werden we moe en ging iedereen zijn tent in. Tijdens deze avond was er ook een Mauriraans feest waar deelnemers van Go for Africa voor waren uitgenodigd. Zelf was ik niet mee geweest, maar ik heb er bijzondere verhalen over gehoord. Tijdens het feest moesten de mannen en vrouwen gescheiden zitten. Op uitnodiging mocht je de dansvloer op om daar te gaan dansen en feesten. De Mauritaniërs hadden gewaden met patronen daarop aan. Tim, uit mijn rijgroep, had begrepen dat hoe meer patronen op de kleding stonden, hoe belangrijker deze persoon was. Er was veel animo vanuit de Mauritaniërs voor het feest (omdat er zoveel westerlingen waren). Er stonden rond de 150 mensen voor de deur die niet meer binnen kwamen en de nationale omroep was aanwezig. Tijdens dit hele gebeuren lag ik in mijn tent, een poging wagen tot slapen.

Dat het in de nacht koud is in het Sahara gebied, is geen fabeltje. Overdag is het goed warm, maar in de nacht koelt het ook flink af. Iedereen lag goed ingepakt, maar toch hadden we het allemaal koud. De ochtend erop vertrokken we naar de hoofdstad Nouakchott. Het was een lange rit die nog langer duurde omdat we in een caravaan van 32 auto’s reden. In Nouakchott aangekomen sliepen we in een (vies en armoedig) appartement. Hier aten we lekker pannenkoeken en gingen we op tijd ons bed in.  De dag erop moesten we 05:00 uur opstaan en om 06:00 uur vertrekken. We gingen naar de grens van Senegal. Om 5.00 uur werden we wakker van onze wekker en van de gebeden vanuit de Moskee (die we overigens al weken lang een paar keer per dag horen). We vertrokken naar Senegal. Wat leuk was om te zien was dat het steeds groener werd op weg naar de grens. Toen we bijna bij de grens waren, kwamen we aan bij een zandweg. Hier moesten we een kleine 20 kilometer over rijden met alle 32 auto’s. De weg ging midden door een nationaal park. Vanuit de auto konden we dan ook veel wild lopende dieren zien. De grensovergang van Mauritanië naar Senegal verliep best goed. Uiteindelijk waren we maar 2 uur kwijt.

Persoonlijk vond ik Mauritanië een bijzonder en mooi land om door heen te reizen. Mauritanië is een nogal gesloten land en er is weinig over bekend. Op Google staat het land niet al te positief beschreven (terroristen, rebellen, haat naar westerlingen, doodstraf op homoseksualiteit), maar ik vond het wel mee vallen. De mensen waren reuze vriendelijk en nogal beledigd van onze vooroordelen over Mauritanië. Natuurlijk is het een zooitje in een aantal gebieden (voornamelijk het oosten), maar je moet je bedenken dat Mauritanië een ongelofelijk groot land is. Daarbij bestaan de steden aan de kust pas sinds de jaren 60. Het land bestaat dus nog niet zo lang zoals wij het kennen. Alsnog was ik blij dat we in Senegal aankwamen. Het voelde aan als een compleet nieuwe energie. Het was groen, de mensen waren anders en de zin in de reis van de groep werd ook weer ververst.

We reden door in caravaan naar onze volgende slaapplek ‘zebra bar’. Een camping van  een Zwitsers stel. De camping ligt aan het strand met palmbomen en een eiland in de verte. De ochtend na aankomst ruimde mijn reisgenoten de auto’s en de vrachtwagen op en ging ik foto’s nabewerken. Rond het middaguur was alles gedaan. De gehele middag hebben we allemaal rustig aan gedaan, een boek gelezen en in de hangmat geslapen. In de avond werd er lekker voor ons gebarbecued en dronken we wat biertjes. Die avond besloten we de dag erop nog een dag te blijven bij de zebrabar, omdat we het zo naar ons zin hadden. De dag erop gingen Rob, Rick en ik kanoën naar het eiland. Hier liepen we wat rond en lagen we voor ‘n uurtje aan het strand. Het eiland was aan de kust compleet bezaait met plastic en ander afval. Dit soort uitzichten hebben we meer dan genoeg gezien de laatste weken maar je went er nooit aan. We gingen terug naar de zebrabar, gingen lunchen en avondeten met z’n alle en gingen vroeg ons bed in.

De ochtend erop vertrokken we vroeg naar de grens van Gambia. Het besef dat de reis bijna ten einde liep, werd erg helder deze ochtend.  We reden voor ‘n uur of 6 door Senegal (wat qua cultuur erg op Gambia lijkt) en kwamen aan bij de grens. De overgang tussen Senegal en Gambia verliep super goed. Binnen 30 minuten waren we de grens over. We gingen de nieuw gebouwde brug over die loopt over de rivier ‘Gambia’ (waar het land naar vernoemd is). Na een paar uur rijden door Gambia kwamen we aan in een soort bungalowpark. Hier werden we ongelofelijk hartelijk ontvangen door de locals en de eigenaar van het bungalowpark. We aten hier en dronken wat. De dag erop gingen we naar onze laatste bestemming. Ook de bestemming waar ik voor de komende 7 weken verblijf. Ik heb een ongelofelijk toffe reis gehad de laatste weken en veel gezien en ervaren. Maar eenmaal aankomen in Gambia, ben ik erg blij dat ik mijn vaste plek heb.

Blog 4

2 maart
Na ons verblijf in de buurt van Tanji (waar ik voor de komende 7 weken woon), vertrokken we naar Tanji. We reden in een caravaan met alle auto’s van Go for Africa, op weg naar Cairo Garden. Cairo Garden is een plek waar je kan verblijven, eten en drinken.  Zoals al in de naam vermeld zit er een grote tuin aan vast. We reden ongeveer een uur naar Cairo Garden. Toen we aankwamen in Tanji, werden we heel erg blij en warm ontvangen door de lokale bevolking. Kinderen sprongen op de auto’s, vrouwen waren aan het dansen en iedereen zwaaide naar ons. De bevolking was al lang op de hoogte van onze aankomst aangezien Go for Africa al jaren rond deze periode aankomt in Tanji.

Een half uur reden we door de wijk met de caravaan en kwamen we aan in Cairo Garden. Hier was een fanfare met een dansgroep die voor ons muziek speelde en dansten. Er stond een groot buffet klaar voor ons. We aten en dronken wat en na afloop ging iedereen door naar zijn/haar verblijfplaats. Ik sliep bij Alhaji, een vriend van Jan. Aangekomen kwam ik erachter dat ik met 2 andere op een kamer verbleef. Ik haalde al m’n spullen uit de Pajero (de auto waar ik 3 weken in heb gezeten) en ik plofte alles neer in de kamer. Die avond werd er lekker voor ons gekookt. Ik dronk een biertje met Sid en Floris en besloot te gaan slapen.

De dag erop, werd ik helaas ziek wakker. Ik ging mee met Sid en Floris naar Africell (een plek waar je SIM kaartjes kan kopen). Ik kocht daar een SIM kaartje en ging weer terug. Die dag bleef ik ziek op bed liggen, sliep heel veel en kwam er alleen uit om te eten. Dit hield voor 2 dagen aan, veel kan ik er niet over vertellen behalve dat ik niet de enige was. In totaal waren er maar liefst 10 jongens ziek, wat de oorzaak was weet niemand. Sowieso had het niet met het eten te maken, het eten was goed bereid en er waren genoeg mensen niet ziek geworden. Ik vermoed dat het te maken heeft met de lange reis die we achter de rug hadden. Het ziek zijn viel bij mij wel mee, bij andere was het veel erger (de hele dag door overgeven, diarree etc.).

Toen ik weer beter was ging ik mee met mijn (ex) rijgroep naar een basisschool. Hier gingen ze tandenborstels en tandpasta uitdelen aan de leraren die ze ophingen in de klas voor de kinderen. De kinderen werden helemaal gek toen ze ons zagen. Aan al m’n ledenmaten hing er wel een en iedereen wilde mijn haar voelen en een handje schudden. De kinderen waren erg aandoenlijk en vrolijk. Ik vond het leuk om zo’n basisschool een keer te hebben gezien. Natuurlijk ging ik mee als fotograaf voor Westland4Gambia (organisatie van mijn rijgroep, die zich inzet voor tandartspraktijken). Na afloop gingen we terug naar de verblijfplaats van mijn rijgroep. Hier gingen we lunchen en kletsten we nog wat na. Rond 4 uur ‘s middags ging ik terug naar mijn verblijfplaats. Die dag had ik besloten te ‘verhuizen’ naar de compound van Jan. Ik vond het toch iets te warm op de 3 persoonskamer en bovendien sliep ik op een bank (wat ik normaal gesproken geen probleem vind, maar voor 7 weken lang kies ik liever voor een normaal bed). Bij Jan kon ik voor dezelfde prijs een 1 persoonskamer (behalve in het weekend) krijgen met een eigen badkamer erbij. Ik ben blij dat ik deze keuze heb gemaakt. Ik denk dat Sid en Floris ook blij zijn met mijn keuze aangezien het erg krap was in de kamer. Voor de rest heb ik deze week veel foto’s nabewerkt en goed uitgerust. Ik ben veel omgegaan met locals uit de omgeving die komen veel langs op de compound van Jan en Alhaji. De mensen hier zijn ongelofelijk vriendelijk en warm, iets waar wij Nederlanders wat van kunnen leren. Iedereen hier groet op straat en vraagt hoe het met je gaat. Ik word geregeld uitgenodigd mee te gaan stappen of naar een reggae bar te gaan. Zondag zijn we nog de Gambia opgegaan (een rivier waar het land ook naar is vernoemd). We gingen rond varen en bezochten een soort vissershuisje. Het was leuk om te zien dat er veel wilde apen rondliepen. Ze waren absoluut niet tam en ongelofelijk bang voor ons. Die avond zijn we als afscheid nog gaan eten in Tanji met de rijgroep. Deze avond heb ik afscheid genomen van iedereen. Volgende week ga ik naar Senegal samen met Jan om daar alle projecten op te zoeken. Ik heb al veel positieve verhalen gehoord over Senegal, ik kijk er erg naar uit!

Go for Africa