Practoraat Technologie als partner van creatieve makers

Uitgesproken op vrijdag 18 september 2026 bij SintLucas, campus Eindhoven, in het kader van het practoraat Technologie als partner van creatieve makers.

In deze practorale rede ga ik een experiment doen: ik ga vandaag eens niet met PowerPoint werken. Achter mij zie je een web van verbonden begrippen. Ze vormen een samenvatting van mijn verhaal, ik zoom in op de belangrijkste woorden tijdens het vertellen. Het heeft me een uurtje gekost deze toepassing te laten maken met Claude. Vibecoden noemen ze dat: je vertelt wat je stukje code moet doen en AI maakt het voor je. Ook de aftelklok die mij vertelt hoeveel spreektijd ik nog over heb, is gevibecoded. Naast de resterende tijd, geeft hij mij motiverende boodschappen die ikzelf heb gekozen: je bent goed bezig, niet te snel praten, ga zo door!

Verhaal van Erno Mijland

Ik wil hiermee alvast illustreren waar deze rede over gaat: het intelligent én creatief gebruik maken van een van de meest krachtige technologieën die de mensheid ooit heeft ontwikkeld, op het niveau ergens in de buurt van het wiel, de drukpers en… het worstenbroodje.

Als jochie met een brilleke bezocht ik begin jaren zeventig samen met mijn opa het Evoluon, zo’n 600 meter van de plek waar we nu zijn. Als je door het poortje de tentoonstellingsruimte betrad, zag je – als je naar boven keek – hoe lampjes het nieuwe bezoekersaantal lieten zien. Ik vond dat fascinerend , net als al die opstellingen met schakelaars, knopjes en bewegende onderdelen.

Ergens rond mijn twaalfde haalde ik een oude radio uit elkaar. Wat daar allemaal niet in zat, transistoren, een printplaatje, allerlei draadjes. Kleinigheidje: ik kreeg het ding niet meer werkend. En misschien is dat een story of my life: ik heb veel interesse in technologie, maar beschik niet over twee tech-rechterhanden. Recent is er wel iets veranderd. Waar ik eerst niet zonder die twee tech-rechterhanden kon, helpt AI me ondertussen om dingen zelf te kunnen repareren, zoals recent: de kapotte verlichting van onze afzuigkap. Alle informatie die ik nodig had was binnen handbereik. In mijn loopbaan heb ik steeds de interessegebieden onderwijs en technologie gecombineerd. Bijvoorbeeld als redacteur van vakbladen als Computers op School of als onderzoeker en auteur, met vriend en verslavingsdeskundige Herm Kisjes. We verwerkten veldonderzoek, interviews en enquêtes tot twee boeken over gamen, gamen en autisme en opvoeden.

Bij twee technologische revoluties was mijn verwondering extra groot: de opkomst van het publieke internet in de jaren negentig en de doorbraak van generatieve AI met ChatGPT in 2022. In beide gevallen had ik direct de vraag: wat gaat dit betekenen voor scholen, voor onze leerlingen en studenten. Ik ga daarbij altijd voor de nuance, ergens tussen hallelujah en holy shit.

En dan ben je ineens practor Technologie als partner van creatieve makers en sta je voor een publiek om jouw ideeën te delen.

Eerst kort nog dit: wat is een practor? Zie het als een onderzoeksleider in de context van het mbo. Als practoraat doen we voornamelijk praktijkgericht onderzoek, dicht op de huid van de beroepspraktijk en het onderwijs. Ons team bestaat uit docent-onderzoekers, een instructeur en een onderzoeker. Elk onderwijscluster is vertegenwoordigd: ons vmbo en de clusters Beeld & Geluid, Vormgeving, Media en Technologie, Ruimtelijk Vormgeven en Vormgeven en Ambacht. We doen experimenten, stellen voortdurend vragen en drinken veel kopjes koffie met onze stakeholders. We ontwerpen en maken tools, verhalen en andere leermiddelen. We doen onderzoek met als doel handelingsperspectieven te bieden voor onze docenten en studenten.

 

Ons practoraat heet dus Technologie als partner van creatieve makers. Met de nadruk op het woord partner. Het vertelt hoe wij technologie – en dan met name op dit moment generatieve AI – zien: als ondersteunende partner in het creatieve proces. Met de ontwerper en maker in de regierol. Dát is de kern van mijn verhaal vanmiddag. De impact van AI op het creatieve proces kan niet overschat worden. Aan ons, ontwerpers, creatieve makers, docenten, studenten, de opdracht ons hiertoe te verhouden. In ons onderzoek vliegen we dit vraagstuk aan vanuit de drie perspectieven werken, leren en leven.

AI transformeert de manier waarop we ons werk doen als creatieve maker, of je nu schrijft of organiseert, fotograaf bent of programmeur, grafisch ontwerper of ruimtelijk vormgever. Een van de geïnterviewde art directors vertelt: als ik voor mijn klant mijn logo-ontwerp presenteer, doe ik dat niet meer als los element, maar in een gegenereerde foto die laat zien hoe dat logo eruit ziet op het pand of de bedrijfswagen. AI verandert ook ingrijpend de manier waarop we ‘leren’: denk aan het vinden, verwerken en beoordelen van informatie en de manier van toetsen en evalueren. Het derde perspectief ‘leven’ gaat over waarden, ethiek, over kritisch denken en de vraag hoe we ervoor zorgen dat technologie ons meer mens maakt, in plaats van minder. En dat kan. Ik geef een voorbeeld, een experiment. Met twee studenten voerde ik begeleidingsgesprekken over hun stageplan. Het idee: we nemen het gesprek op en laten er een transcriptie van maken. Die laten we vervolgens samenvatten door ChatGPT en Claude om daarna te beoordelen welke van de twee de beste samenvatting geeft. We bespraken na afloop de resultaten. Toen vertelden de studenten dat hun iets was opgevallen. Ze waren eraan gewend dat docenten tijdens dit soort gesprekken hun laptop open hebben en voortdurend aan het typen zijn. Wij, zeiden ze, hadden veel meer oogcontact met jou in je rol van docent. En dat kwam het gesprek ten goede, maakte het menselijker. Een onverwacht inzicht.

Nog een voorbeeld, dit keer van veranderingen op het gebied van werken: het ‘the fly on the wedding cake’-dilemma. AI biedt makers geweldige tools voor nabewerking, bijvoorbeeld van beelden. Dus natuurlijk haal je als fotograaf van die trouwreportage de vlieg weg die de foto van de bruidstaart ontsiert. Maar hoever ga je in het mooier maken dan het was. Haal je die wolk weg in een verder staalblauwe hemel? Laat je die bruiloftsgast met dat saggerijnige smoel vriendelijk lachen? Want dat kan. Of… moet die ‘fly op the wedding cake’ vooral het echte verhaal vertellen?

Nieuwe mogelijkheden, nieuwe vragen om te onderzoeken… Ik kies er daarbij voor deze jonge technologie kritisch te omarmen. Dat betekent enerzijds: vragen stellen over het energieverbruik van AI, de betrouwbaarheid van gegenereerde output, de sturende invloed van big tech en het geopolitieke spel van de grootmachten. Niet om vervolgens te zeggen: hier doen we niets mee. Wel om te bepalen: wat kan wel.

Met omarmen bedoel ik: gebruik maken van nieuwe mogelijkheden, experimenteren, kansen zien. AI is het unieke resultaat van de rekensom: heel veel rekenkracht keer heel veel data keer superslimme algoritmen. Het maakt toepassingen mogelijk die zonder AI niet mogelijk waren, zeker in het vak van de creatieve maker. In onze interviews met professionals hebben we interessante voorbeelden gehoord van die nieuwe mogelijkheden met AI. Zoek op tekst in audio-opnames, laat video-opnames sorteren en ondertitelen. Bouw als organisator van een event zelf een app waarmee je kunt spelen met je blokkenschema, totdat alles precies in jouw context past. Creëer voor je reclameboodschap een scène in Bangkok.

Gebruik van AI kán leiden tot kwalitatief betere uitkomsten en eindproducten. Ik laat AI feedback geven op mijn teksten. In mijn prompt beschrijf ik een aantal persona’s: de muggenzifter, de toekomstkijker, de senior ontwerper, een kind van 12. Daarna vraag ik AI om mij feedback te geven op mijn tekst vanuit het perspectief van deze types. Het fictieve kind van 12 wijst me de plekken waar de tekst te moeilijk geformuleerd is. Omarmen is zoeken naar, testen van en werken met useful use cases, ofwel werkende en nuttige gebruiksmogelijkheden. Kritisch omarmen betekent ook dat je voortdurend je aannames en meningen onderzoekt. Neem het idee ‘wat efficiënter kan, moet efficiënter’. Klinkt logisch, maar word jij gelukkig van een systeemplafond. Super efficiënt. Maar draagt het bij aan een stimulerende omgeving, een omgeving die ons meer mens maakt? Conclusie: AI kán workflows efficiënter maken. De vraag is of we dat dan ook altijd maar moeten doen. Ik heb zorgen over kwaliteit en authenticiteit. Je komt zoveel slechte, inspiratieloze, clichématige AI-beelden tegen. Slop. Lelijkheid alom, toch ben ik ook hoopvol. Hoopvol bij het idee dat er vraag zal blijven naar het authentieke, het doorleefde. In Amsterdam, schijft het Parool recent, weten jongeren ineens de jazz-podia te vinden om te luisteren naar muziek waarin niet alles gladgestreken is en waarin geïmproviseerd wordt. Een plek waar de mens aan het creëren is.

AI als partner van creatieve makers… wat betekent dat eigenlijk? Hoe is de samenwerking van makers én hun AI georganiseerd? Vaak wordt over AI gezegd: je hebt een technologisch proces, dat regel je in en ergens moet de mens even in- en uitstappen als een soort controlepost, ‘human in the loop’ in goed Nederlands. Als het gaat om creativiteit verander ik dat motto in ‘human ís the loop’. Ik zeg: de stappen van het creatieve proces staan centraal. Denk aan onderzoeken, brainstormen, schetsen, een prototype maken. De maker, de mens, de human, ís the loop: hij of zij bepaalt in welke stappen technologie waarde toevoegt aan het proces.

De mens die het volledige proces regisseert. Dat begint bij een puur menselijke daad: initiatief nemen met een bedoeling, een intentie. AI neemt zelf nooit het initiatief om iets creatiefs te gaan maken. Zelfs een volledig gegenereerd product, zoals een tweet van Rob Jetten, is er gekomen door het initiatief van een mens. Het creatieve maken begint daarom per definitie met intentionaliteit. Ook aan het einde van een maakproces komen wij, maker in beeld. Wij bepalen het ‘nu is het af’-moment. Bij elke stap tussen intentie en oplevering, bepaalt de maker steeds hoe je technologie wilt inzetten. Welke taken kan ik uitbesteden? Maar ook: wat wil ik vooral zónder technologische hulp doen, omdat ik er plezier aan beleef, omdat ik het beter, preciezer en misschien zelfs sneller kan dan de technologie?

 

Mijn belangrijkste kritische noot in het discours rond AI gaat over het begrip ‘kunstmatige intelligentie’. Na een jaar onderzoek doen durf ik te zeggen: AI is niet intelligent, AI is niet creatief. Het woord ‘intelligentie’ in AI is wat mij betreft een gevaarlijk frame. In dat frame heb niet jij, maar AI jouw nieuwe logo bedacht. En in dat frame worden de fouten die AI maakt hallucinaties genoemd, terwijl het eigenlijk gewoon bugs zijn. AI doet net alsof het over intelligentie beschikt, maar is toch vooral een door de bliksem getroffen rekenmachine. De combinatie van rekenkracht, data en algoritmen, ik noemde het al.

Echte, menselijke intelligentie gaat over nieuwsgierigheid, over verbeeldingskracht, over twijfelen, over fingerspitzengefühl, over kwaliteitsbesef en natuurlijk ook over creativiteit en originaliteit. AI kan niet op z’n Karel Appels zomaar wat aanrotzooien, kent geen intuïtie, heeft geen gevoel voor de sociale of fysieke context, kan niet aanvoelen wat op een specifiek moment passend, troostend, scherp of nodig is. En… het heeft 0,0 gevoel voor humor.

Intelligentie… ik weet dat ik het begrip AI nu zelf steeds gebruik, het is even voor het gemak. Een beter begrip? Ik kom nog niet verder dan een algoritmebox.

Een AI-bug in combinatie met menselijke intelligentie kan interessant uitpakken. We lieten recent een analyse maken van de input op een van onze vragenlijsten. In de tekst werd ijskoud het woord ‘noemingen’ gebruikt. Nu ben ik van opleiding docent Nederlands, maar ik had er nog nooit van gehoord, en ook Google haalde haar schouders op. Ik begreep echter uit de context wel wat ermee bedoeld werd. We vroegen in de vragenlijst aan de respondenten namelijk welke AI-applicaties ze vooral gebruiken. In het gegenereerde onderzoeksrapport stond dat ChatGPT daarbij 24 ‘noemingen’ had. Een niet bestaand woord, waarschijnlijk een soort vertaling van het Engelse begrip ‘mentions’. Een bug. Maar ik dacht: het is ook eigenlijk een handig begrip. Díe puur menselijke gedachte kwam voort uit wat we serendipiteit noemen. In het Engels zeggen ze dan ‘looking for the needle in the haystack, but finding the farmer’s daughter instead. AI ziet de dochter van de boer niet, dat was immers niet de opdracht. Terzijde… gelukkig heb ik de dochter van de boer gevonden.

Oké, nu naar ons onderwijs, naar onze prachtige studenten… Wat moeten wij, het onderwijs, ze meegeven om ze voor te bereiden op een plek in onze onzekere wereld. Want onzeker is-ie. Er zijn zorgen over werkgelegenheid. Komen onze afgestudeerden nog aan de bak? Of prutst de lokale ondernemer zelf met AI zijn aanbiedingenfolder in elkaar onder het motto: goed genoeg is goed genoeg? Hoe veranderen business modellen? Gaan agents het werk op mbo-niveau in de creatieve industrie overnemen? En hoe kun je dan nog van junior naar medior naar senior ontwikkelen?

Dit studiejaar gaan we met het practoraat aan de slag om mét onze opleidingen antwoorden te zoeken op de vraag: wat zouden we als creatieve vakschool onze studenten moeten bieden. In onze vragenlijsten en interviews met ontwerpers in het vak van vorig studiejaar hebben we daarnaar gevraagd. Dat leverde waardevolle inzichten op. Ik noem er vier.

Allereerst: leer ze nieuwsgierig te zijn naar wat AI is, wat het kan en niet kan in het creatieve proces. We horen van sommige studenten dat ze fel tégen AI zijn. Begrijpelijk, maar het is aan ons om studenten hun meningen en aannames te laten onderzoeken, zodat ze bewust, onderbouwde keuzes kunnen maken.

Twee: ontwikkel je soft skills, je authenticiteit, jouw unieke, puur menselijke stijl, reflecteer op jouw persoonlijke competenties. In een wereld vol eenheidsworst, maak jij het verschil!

Drie: werk aan diepgaande vakkennis en kennis van het creatieve proces. Alleen met kennis van het vak kun je immers regie hebben op het proces. Ken de vaktaal, begrippen als scherptediepte, het gouden uur, beelduitsnede… je hebt die kennis en vaktaal nodig, ook om kwalitatieve output te genereren én die te bespreken met je vakgenoten.

Vier: lever steeds de best denkbare kwaliteit én weet hoe je dat kunt bereiken. Waar dat passend is, met AI. Kwaliteit zegt: goed genoeg is niet goed genoeg.

Ondertussen heeft AI ook impact op de didactiek. Dat merkte ik bijvoorbeeld toen ik ergens in 2023 met studenten Nederlands sprak over het schrijven van teksten. Een opdracht die jarenlang vanzelfsprekend leek: schrijf een betoog, een reflectie of een verslag. Generatieve AI heeft het speelveld veranderd. Een student zei tegen me: ‘Meneer, wat doet u als ik een tekst inlever die door ChatGPT is gemaakt?’ Ik antwoordde: ‘Dan krijg je van mij een door ChatGPT geschreven feedback. Leuk, laten we onze chatbots het met elkaar uitzoeken, gaan wij met de klas een uitstapje doen. Hoe kunnen we beoordelen of onze studenten ook daadwerkelijk iets hebben geleerd? Ik denk dat we minder nadruk moeten leggen op het eindproduct en meer op het proces: hoe komt iemand tot een verhaallijn, tot keuzes, hoe gebruikt de student daarbij AI?

In het denken over AI en onderwijs, maak ik de drieslag: leren over AI, leren met AI, maar ook leren vanwege AI. Met ‘vanwege’ bedoel ik: als we leven in een wereld vol AI, wat is er dan meer nodig, juist buiten AI? Professionals in het werkveld die we geïnterviewd hebben, noemen vaak het belang van soft skills, sociale vaardigheden, kritisch denken, executieve functies, zoals kunnen plannen en weerstand kunnen bieden tegen de aantrekkingskracht van gemak. Laat studenten nog meer projectmatig en ook interdisciplinair werken, iets waarmee we bij SintLucas al de nodige ervaring hebben.

Met ons team ontwerpen we leeractiviteiten, bijvoorbeeld over omgaan met de betrouwbaarheid van door AI geleverde informatie. Stel, de docent neemt een paddenstoel mee naar de les en legt die op tafel. Ze vertelt dat deze paddenstoel giftig is… of niet. Ze maakt een foto van de paddenstoel en voert deze aan AI. Die zegt dat je de paddenstoel prima kunt eten. En dat hij zelfs erg lekker is. Vraag aan de leerlingen: durf jij een hap te nemen? Met als enige bron een taalmodel?

Tot slot, mijn laatste punt. In deze technologische ontwikkeling hebben we ook invloed. We willen deze technologie mee helpen vormen, de regels mee bepalen. We zijn geen willoos slachtoffer van de big tech-bedrijven. Daarom onderzoeken we met het practoraat hoe we open source modellen lokaal kunnen draaien en of ze voldoende kwaliteit bieden. Lokaal kost minder energie en is veiliger. We praten, denken en schrijven mee, bijvoorbeeld in de werkgroep AI en Design van de BNO, de Beroepsvereniging Nederlandse Ontwerpers. Met een Richtlijn verantwoord gebruik van generatieve AI als een van de tastbare resultaten.

We hebben niet de keuze om AI links te laten liggen – maar we hebben wél de keuze om te bepalen wie er aan het stuur staat. We hebben invloed. Laten we met elkaar   schoonheid in al haar vormen levend houden. Het is aan ons – als creatieve vakschool, als makers – om uit te leggen wat vakmanschap toevoegt. Waarom een mens die weloverwogen keuzes maakt, iets kan leveren wat een AI niet kan maken. Ik begon met een woordwolk, gemaakt met AI. Ik eindig met de metafoor van   het natte stukje zeep. Je denkt dat je hebt vastgepakt, maar het floept uit je handen. De technologie verandert te snel. Onderzoekers zullen het herkennen: je doet onderzoek bijvoorbeeld naar tools voor video-editing. Als je dat zorgvuldig wilt doen, gaat er tijd overheen tussen je experimenten en publicatie van de opbrengsten. Tegen die tijd is de gebruikte software alweer sterk verouderd of ingehaald door een tool van de concurrent. Wat zeggen de conclusies dan nog?

Als practoraat werken we samen met onderzoekers van de andere creatieve vakscholen. We zoeken naar nieuwe, andere vormen van onderzoek die passend zijn in de technologische el niño waarin we ons bevinden.

Ik nodig jullie uit om van onze publicaties en tools gebruik te maken en met ons mee te blijven zoeken naar houvast, denk en doe met ons mee. Niet om het natte zeepje definitief vast te houden – dat gaat niet lukken – maar om er, telkens wanneer het uit onze handen glipt, samen weer naar uit te reiken,  met een open blik, nieuwsgierig. Vanuit vakmanschap. Vanuit intentie. Vanuit regie. Met liefde. En voor schoonheid.

 

Wij zijn het practoraat Technologie als partner van creatieve makers

Meer informatie